Vliegen

Ruach is al een paar weken bij me. Soms fladdert hij om me heen, soms zit hij op mijn hoofd of schouder. Als hij vliegt duikelt en tuimelt de kleine draak door de lucht. Hij daagt me uit om hem te volgen. Hij wil me laten zien hoe mooi het is om in beweging te komen. Oef. Ik houd niet zo van sporten. Maar de vrijheid van het vliegen lijkt me prachtig.
Elke woensdag gaan hij mee naar dansen, ook dan inspireert hij me. Als het past bij de opdrachten en de muziek, zijn mijn bewegingen gebaseerd op vliegen, zweven en verkennen. Soms op jagen en op je doel af duiken. Of gewoon lekker draaien en dollen, of waaien waar de wind gaat. Een van de andere danseressen zei, dat ik me zwevend zonder veel moeite door de zaal leek te bewegen. Ruach helpt me ontdekken dat het heerlijk is om vleugels te hebben.
I believe I can fly staat op een T-shirt dat ik heb, met de afbeelding van een pinguïn. Een pinguïn met vlindervleugels die durft te dromen. Durft te geloven dat hij kan vliegen. Een moeder op het schoolplein zag de tekst en vroeg me: “En kun je het?” “Soms wel”, antwoordde ik, “als ik mijn ogen dicht doe.”

Later als Ruach groot is, hoop ik mee te mogen vliegen op zijn rug. Met de wind door mijn haren, over het land dat er van boven af groener en ruimer uitziet dan vanaf de grond. Of nog hoger in de lucht, met de wolken onder mijn voeten, die er zo zacht uitzien. Een droomlandschap van watten dat nooit stil staat.
Frisse lucht en zonnestralen. Mijn geest klaart er van op.

Advertenties

Naam

Uit boeken weet ik dat je van sommige draken hun ware naam niet weten mag, omdat die je macht over hen zou geven. Dat soort magie, daar doe ik niet aan. Ik laat mijn draakje zijn vrije wil houden. Als ik het voor het zeggen heb tenminste. Ik weet echter niet of hij luistert.
Als ik het vrije en onafhankelijke (ja oké, ik heb het begrepen) draakje een naam mag geven, heet hij Ruach. Dat betekent Adem, Wind of Geest in het Hebreeuws. Dat lijkt me wel passend bij de inspiratie die hij voor mij betekent en de connectie met het ‘andere’, het spirituele, die ik bij hem voel.
Zelf vindt hij het wel stoer klinken.

Er is mij het een en ander bijgebleven uit mijn leesleven. Draken zijn sterk, ze hebben vaak een zekere wijsheid, hoewel ze heel anders tegen het bestaan aan kunnen kijken dan mensen. In verhalen kunnen ze gewelddadig en moordzuchtig zijn, geduchte vechters. Maar ook trouwe bondgenoten en wijze raadgevers als je eenmaal hun vriendschap hebt. Wat is Ruachs rol? Heb ik de hulp van een draak nodig om mijn pad te vervolgen?
“Misschien is hij je muze,” zei mijn vriendin, toen ik haar vertelde dat er een kleine draak in mijn leven was gekomen. Ze zou wel eens gelijk kunnen hebben. Hij heeft me al geïnspireerd om deze verhaaltjes te schrijven.

Tot nu toe is mijn kleine draak erg aanhankelijk en vrijgevig. Energiek, aanstekelijk, kort gezegd: vurig. Hij kijkt naar mij en mijn wereld met een frisse en open blik. Wellicht kan hij mij dingen anders laten zien, dan ik gewend ben. Hij wakkert in elk geval mijn nieuwsgierigheid aan. Ook helpt zijn aanwezigheid me mijn aandacht gericht te houden op wat ik het liefste wil doen. Schrijven. Daarbij geeft hij me ook meteen een onderwerp. Een ijdel onderwerp, want het liefst ziet hij natuurlijk dat ik schrijf over zijne drakerigheid zelf.

Drakenelfje

Tijdens het Schrijfcafé in januari schreef ik dit elfje, passend bij deze periode in het verhaal. (Een elfje is een gedicht bestaand uit elf woorden, verdeeld over 5 regels: op de eerste regel 1 woord, op de tweede 2, derde 3, vierde 4, en op de vijfde weer 1.)

Draakje
Hij vliegt
Om mijn hoofd
Fladdert snel en wild
Auw

Schat

Naar huis rijdend over de donkere dijk dacht ik: “Natuurlijk was het een drakenei!” In de vorige dansles bewoog ik ook braaf mee op de muziek. Het thema was hetzelfde, ‘je ei kwijt kunnen’, maar toen gebeurde er niets. Nu ineens was er wel een ei. En er kwam een draakje uit! Dat was een verrassing, en voelde toch vanzelfsprekend. Want een kuiken, dat past niet bij mij. Maar er was ook twijfel: kan dit wel waar zijn? Een draak is een mythologisch dier. Ik durfde bijna niet te geloven dat hij er echt was. Had ik nu gekregen waar ik naar op zoek was?

Ik was al een poosje op zoek. De laatste tijd voelde mijn leven vaak wat dof. Er zat vast meer in, maar het kwam er niet uit. Ik kon me herinneren wat passie en creativiteit waren, maar ze leken begraven onder een laag gestolde lava. Als kleurige, glimmende edelstenen onder de aardkorst verscholen. Nu is er een vliegend juweel aan het licht gekomen. Fonkelend en flitsend. Vurig en speels. Enthousiast en nieuwsgierig spoort hij me aan: kom op, wat gaan we voor leuks doen?

Ja, wat gaan we doen, wat gaan we beleven? Een verhaal leven. Er was eens … een bijzonder verbond. Een schrijfster en een jonge draak. Gaan we op ontdekkingstocht? Ja, het is een queeste! Samen gaan we op zoek. Naar een schat, of naar het beloofde land. Er is zoveel te ontdekken. Zien wat er is, voelen wat er kan, worden wie we zijn en doen wat we willen. Dat klinkt simpeler dan het is, zelfs met een draak, hier in Nederland in de eenentwintigste eeuw.

Vannacht sliep het draakje naast mijn kussen. Nu zit hij op mijn hoofd en maakt mijn haar in de war. Gekriebel in mijn haar, geknabbel aan mijn oor. Eh, wat eten draken eigenlijk?
Gelukkig hoef ik me daar geen zorgen over te maken, hij blijkt een nestvlieder. Hij is al aardig zelfstandig en haalt zijn energie ergens anders vandaan. Ik hoef niet voor hem te zorgen. Daar ben ik blij om want ik heb mijn handen al vol aan mijn eigen jongen(s).
Nieuwsgierig kijkt de jonge draak naar mijn beeldscherm. Zijn kop en lange nek hangen voor mijn ogen. Gelukkig kan ik blind typen. De letters zeggen hem niets. Ik leg uit dat ik probeer beelden te vangen in woorden. Maar woorden en beelden komen en gaan, soms net zo snel als een draak door de lucht kan schieten. Help me maar ze te vangen, kleintje, en neer te leggen op hun plek. Zodat we ons verhaal kunnen vertellen.

Hij kan al een beetje vliegen door de kamer. Het gaat met horten en stoten. Kleine stukjes, met af en toe een noodlanding. Gelukkig is ons huis een veilige plek waar niemand achter je aan zit. Leren vliegen is als leren lopen of schrijven. Steeds maar blijven oefenen om van de grond te komen. Stug doorzetten, en met verwoed gefladder ga je toch uiteindelijk definitief de lucht in. Na verloop van tijd hoef je er niet eens meer bij na te denken. Kun je weer iets anders zoeken om je hersens bezig te houden.
Bijvoorbeeld die zoektocht, daar kunnen we onze gedachten nu op richten. Wat zullen we zoeken? Geluk? Dat klinkt wat afgezaagd. Is ook wel erg groot en ongrijpbaar. Als een grote fantasiedraak zo groot als een huis. Heb je ooit al eens een draak op een flatgebouw zien zitten? Met glanzende groene schubben, schitterend in de ochtendzon, de vleugels uitgespreid als zonnepanelen. Bij gebrek aan echte bergen in Nederland, moeten ze daar wel gaan zitten. Dat maakt die gebouwen meteen wat spannender.

Mijn draakje is nog klein, gelukkig. Ik ben nog niet toe aan een grote. Hopelijk kunnen we stukje bij beetje samen groeien, dat is al spannend genoeg. Langzaam gaan we verder, stap voor stap zoals gebruikelijk. Op zoek naar onszelf. Wij zijn de schat en ons verhaal is de queeste.

Ei

De dag dat het draakje mijn leven binnen fladderde, was een hele gewone dag. De volgende ochtend stond ik weer gewoon op het schoolplein om mijn zoontjes weg te brengen. Maar er moet iets veranderd zijn. Je kunt toch niet zomaar een drakenei vinden, en doorgaan met je leven zoals je het gewend was.

Al jaren had dit moment zich aangekondigd, maar had ik dat door? Ik kwam steeds vaker draken tegen, eerst in boeken. Ook op schilderijen of als beeldjes waren ze te vinden. Decoratieve draken zagen er vaak agressief of gewelddadig uit. Die draken spraken me niet zo aan. Wel de draken die een band opbouwden met mensen. Machtige wezens met hun eigen waarden en normen. Maar als iemand de moeite deed om met hen te communiceren, kon het contact mooi en waardevol zijn. Dergelijke draken kwam ik gelukkig het meest tegen in de verhalen die ik las.
De laatste tijd zag ik echter overal draken, in sieraden, op kleding en zelfs in de IKEA. In bijna elke tekening die ik maakte, wurmde zich wel een draak naar binnen. Zo kwamen ze steeds weer en meer in beeld. Ik vroeg me af wat ze me wilden zeggen, maar ik kon ze niet verstaan. Vroeg me af waar een draak voor staat. In tradities en literatuur zijn daarop veel verschillende antwoorden te vinden. Maar wat betekent een draak voor mij? Wat komt een draakje doen in mijn leven?

Het gebeurde op een woensdagavond, bij biodanza. Het thema was ‘je ei kwijt kunnen’. In dans op zoek naar passie en creativiteit. Ineens had ik een drakenei in mijn handen. Er kwam al gauw een jong diertje uit, de vleugels nog vochtig, de nek onstabiel. Eerst zat hij in mijn handen. Even bijkomen en zien waar hij zich nu bevond. Een zaal met gedimd licht, waar mensen bewogen op muziek. Ze waren bij zichzelf op zoek naar hun ei.
Vanuit de kom van mijn handen probeerde hij of hij al kon lopen. Hij stapte eerst nog wat wiebelig over mijn armen, dus die hield ik tegen mijn buik. Dan had hij wat steun. Toen het lukte, liep hij heen en weer over mijn armen. Al snel vond hij de weg naar mijn schouder. Om van daar af de zaal te overzien en de mensen die daar door elkaar dansten.

Het draakje kon niet beslissen of hij op mijn linkerschouder of mijn rechterschouder wilde zitten. Hij besloot uiteindelijk bovenop mijn hoofd te klimmen. Ik voelde de kleine scherpe nageltjes prikken in mijn hoofdhuid. Hij moest zich een beetje vastgrijpen aan mijn haren, want het dansen ging gewoon door. Het voelt wat raar, zo’n klein wezentje op je hoofd. Maar zo we hielden elkaar beter in evenwicht, dan wanneer hij op een schouder zou zitten.
Tijdens de volgende dans wilde hij leren vliegen. Ik hield mijn handen voor me uit, zodat hij van de ene naar de andere kon springen. Zo oefende hij met zijn vleugels. Ik maakte de afstand steeds een beetje groter. Uiteindelijk stond ik met wijd gespreide armen te jongleren met een jonge draak.

Een paar dansen later gingen de mensen in een kring staan, hand in hand. Maar ik had mijn draakje nog in mijn handen. Dus zette ik hem eerst even voorzichtig aan de kant. Misschien keken er wat mensen raar op, want ze hadden hem niet gezien.
Hou echter een peuter of een jonge draak maar eens stil op een plek. Al gauw verliet hij de tafel waar ik hem had achtergelaten, om kleine stukjes te fladderen in de zaal.
Na de les kroop hij lekker warm tegen me aan onder mijn paarse winterjack. We fietsten samen door de koude wind naar huis. Hopelijk hebben meer mensen iets moois gevonden.

Een nieuw begin

Afgelopen donderdag ben ik naar het Schrijfcafé geweest. Het thema was ‘Een nieuw begin’. Ik heb de tekst hieronder gedestilleerd uit een aantal schrijfsels die toen tevoorschijn kwamen.

Het eerste waar ik aan dacht bij dit thema, was een leeg blad. Nu is het niet meer leeg, want ik heb de eerste letters er al op gezet. Een leeg blad is magisch. Het begin van een nieuw avontuur. Ik mag erop gaan schrijven of tekenen. Er kan van alles gebeuren. Ik heb er zin in!
Nu is er al een begin. Dit is dus een schrijfblad. Nog steeds zijn er veel mogelijkheden. Ik heb geen idee wat de volgende zin zal zijn. Wordt het een reflectief stukje of een verhaal? Reflecteren heb ik net al gedaan, dus nu een verhaaltje.

“Er was eens een draak. Hij wist niet waar hij was. Hij moest zijn kop bukken om onder het plafond te passen. Een houten plafond, van balken met planken erop. Brandbaar. Er hing ook een bordje aan de muur: ‘Verboden te roken’. Dit kan een probleem zijn voor draken.”

Schrijven is toveren met letters. Je kunt dingen laten gebeuren die niet kunnen ‘in het echt’. Maar wat is echt? De beelden in mijn hoofd zijn echt, en de verhalen die ik er mee maak. Zoals over de draak in de brandbare omgeving.
Toch kun je je afvragen, bestaan draken überhaupt? Er zijn dieren die ‘draak’ genoemd worden. De komodovaraan (Komodo dragon), de baardagame (bearded dragon) en het vliegende draakje (echt waar!). Zijn dat draken? Of zijn ze vernoemd? Naar echte draken? Naar draken in deze werkelijkheid, of in een andere?
Biologisch gezien, dus volgens de wetenschap, bestaan de mythische draken niet. Al komen dino’s wel in de buurt. Draken zijn fabelachtige, mythische en fantastische wezens. Of zouden er misschien toch echte draken leven in verlaten delen van China, of diep in de oceaan? Wie weet…
In schrijven kun je deze draken, en die uit een andere werkelijkheid, laten zien, laten leven. Volgens mij bestaan ze wel. Ik ken er een. En ik schrijf wel eens over hem.
Dit zou het begin van een nieuwe serie kunnen zijn, een serie verhalen op mijn blog.

Nog eentje dan

Het liep richting 31 december toen ik dit begon te schrijven, en nu is al het zo ver. Hierna is het al gauw 3 januari, mijn volgende verjaardag. Ik heb altijd twee jaarwisselingen vlak na elkaar.

Enerzijds houd ik niet van het opgeklopte oud-en-nieuwgedoe. Ik neem geen afscheid, begin niet opnieuw. Althans niet speciaal op dit moment. De volgende stap zetten, dingen achter me laten, gebeurt voortdurend. Verandering is constant. Anderzijds is af en toe stilstaan en rondkijken gewoon prima. Reflecteren op wat je hebt geleerd, voelen hoe het nu is, en vooruitkijken je blik richten op wat je wilt.

Moet dit nu, aan het einde van 2017? Niet per se, maar ik doe het toch. Misschien word ik geïnspireerd, of gewoon meegesleept, door wat ik om me heen zie gebeuren. Reflectie en voornemens.
Mijn voornemens zijn nu niet anders dan tijdens de rest van het jaar. Ik ga mijn eigen pad verder ontdekken en volgen. Ik ga lief zijn voor mezelf en geduld hebben. Ik doe mijn best naar mijn hart te te luisteren. Ik zet door met het schrijven aan mijn boek.* Ik blijf minstens een keer per maand een stukje op mijn blog schrijven. Zoals dit.

Ik wens iedereen veel geluk op zijn of haar pad in 2018.

* Voor wie wil weten hoe het daar mee staat. Ik ben momenteel bezig met hoofdstuk 6, 7, 8 en 9. Ik heb geen idee hoeveel hoofdstukken het gaan worden en hoe lang ik nog bezig zal zijn. Vandaar het benodigde geduld.

Waar?

Plotseling sta ik middenin een bos. Het is geen Nederlands bos, meer een wild woud. Er staan boomsoorten die ik niet ken. De bomen zijn ook veel groter dan ik gewend ben. Waar ben ik? Wat doe ik hier?

O ja, ik was de was aan het opvouwen. Ik liet mijn gedachten de vrije loop.
Ik sta in de slaapkamer. Het laminaat kraakt een beetje onder mijn voeten en mijn knieën leunen tegen de zijkant van het tweepersoons bed. Ik voel dunne katoenen tricot in mijn handen. Ik ben bezig een T-shirt op te vouwen. Waar dacht ik ook al weer aan?

Aan een boek. Of eigenlijk, aan de beelden die de gedachten aan dat boek oproepen. Zoals rechte roodbruine stammen, een dichte donkergroen bladerdak boven mijn hoofd. Hier en daar hangen donkergroene en grijze slierten aan de takken. De grond is bedekt met varens en mossen. Op een paar plekken zijn de bladeren van vorig jaar nog te zien. De geur van hars dringt door in mijn neus. Het is dus een gemengd bos.

Met gemengde gevoelens focussen mijn ogen zich weer op een lichtere omgeving. De zon schijnt door de ramen, stofdeeltjes dwarrelen door de lucht. Het T-shirt en de daaropvolgende broek liggen netjes gevouwen op het dekbed. Klaar voor de kast.
Het lichaam beweegt met geoefend gemak. Opent deuren met daarachter regelmatig gevormde ruimtes. Spullen gerangschikt op nette stapels of in opbergdozen. Allemaal overzichtelijk. Wat een onnatuurlijke, droge omgeving. Vol effen, rechte kleurvlakken en met hier en daar een ongelofelijk bont design. Het laat niets aan de verbeelding over. Toch heeft iemand het ooit bedacht.

Terwijl mijn handen rusten tegen een deur, strelen mijn vingers de bast van een den. Ruw en onregelmatig. De volgende stam lijkt er op, maar wijkt af in detail. En ook in het groot, de takken hangen veel lager. Daarachter is het donker. Stil, geen auto’s geen gegil. Die zijn hier niet, in mijn verbeelding. Hier kan ik kalm schone lucht inademen, ongestoord om me heen kijken. Ik kan doen wat ik wil. In mijn eigen tempo sta ik stil of ga ik op pad. Op zoek naar rust, afgewisseld met nieuwe ontdekkingen. Ik laat nieuwe beelden opdoemen uit de verten, of uit mijn binnenste.
Ik sta met beide voeten op de grond, in twee werelden.

Een onweersbeestje in de eenentwintigste eeuw

Er loopt een klein beestje in mijn laptopscherm. Ineens zweven de woorden. Net stonden ze duidelijk en stevig, zwart op wit. Nu hangen ze in de ruimte.
Een heel klein wandelend streepje trekt zich niets aan van wat daar staat. Loopt erdoorheen alsof het een ondiepe ruimte is in plaats van een veld met letters. Ik zie het heel anders dan hij. En ik hoop dat hij niet vast blijft zitten, midden in mijn tekst.

Avant la lettre

Er was eens een klein meisje. Zij wilde verhalen schrijven. Ze bedacht avonturen in haar hoofd, maar kon de letters niet vormen. Schrijven had ze nog niet geleerd, ze was drie of vier.
Al heel goed begreep ze hoe speciaal het was, om de woorden uit je hoofd op papier te kunnen zetten. Zodat later, als je het vergeten was, je je je verhaal weer kon herinneren. En nog eens voorlezen.
Dus zo goed en zo kwaad als het ging tekende ze letters na, zoals ze grote mensen die had zien schrijven. Ze dacht heel hard aan wat ze wilde vertellen terwijl het potlood over het papier gleed. Zo moest het lukken. Ze wist wel dat haar krullen geen echte letters waren. Maar later als ze dit weer las, zou ze vast nog weten wat ze bedoelde, zou ze zich herinneren waar het over ging.

Nee. Als ze het oude schrift tien of twintig jaar later weer terug vindt, is het verhaal toch echt in de vergetelheid verdwenen. Het gevoel van de vurige wens om een zelfbedachte gebeurtenis vast te leggen, komt wel weer terug.
Het onleesbare verhaal is korter dan ze zich herinnerde. Het tovert een lach en een traan op haar gezicht. Geen idee wat er staat, wat de schrijfster die nog niet schrijven kon, schreef. Mooi is het wel.

eerste_verhaal-1